kerst

Kom, dacht Tammo toen Sjoerd hem vanavond uitliet bij het bosje. En hij ging er vandoor. ‘Hier’ hielp niet, het instinct was te sterk.

Sjoerd belde, ik kwam. Dat hielp ook niet. Het bos was te donker en omzoomd door kilometers vrijheid. Tientallen hectares omgeploegde klei met hier en daar een sloot. Sjoerd ging bij Klaasjan zeggen dat we hem kwijt waren. En toen, ja, wat was wijsheid? Bij Jente langs (Tammo’s grote vriendinnetje). Maar nee. Thuis stopte een auto voor de deur. Vader en een zoon. Raampje open.

‘Zijn jullie een hondje kwijt? Wij hebben er eentje gevonden.’ Pfffff. In de auto naar het volgende dorp, kilometers verder. Daar rende Tammo opgewonden¬†door de schuur. O, wat was ik blij! Maar hoe kwamen ze aan Tammo?

Meneer was wezen trimmen, door het veld naar ons dorp en langs de weg weer terug. Halverwege liep er een hondje met hem mee. Hij had hem keer op keer teruggestuurd, maar hondje luisterde niet. Weer thuis had de man bedacht: ik ga even bij Klaasjan langs, die woont in de buurt van waar het hondje meeliep. En zo was Klaasjan de spil van de oplossing.

Tammo is terug. Op kerstavond. Alle doemscenario’s (zeven sloten, eenzame kerst) kunnen de kast weer¬†in. We doen zo gewoon mogelijk.

Reageren is niet mogelijk