zondag

De radio begint zachtjes te praten. Dringt door en niet door. Ik suf wat weg en wakker dan weer aan. Beetje droom, beetje radio. Vroege Vogels. Berichtjes over een crocus in bloei en een groepje putters vermengen zich met opa en oma, Noorderplantsoen. De specht roffelt en roept. In het plantsoen of in de radio? Langzaam wordt het licht in mijn hoofd en wint de dag het van de droom.

Opstaan, de dag lokt. Sjoerd laat Tammo uit, ik zet thee en schuif de gordijnen open.¬†Voorjaarsbloei in prachtig hard winterlicht. Ontbijt en o, o, o, een bak met heerlijke brokken! Tijd voor de grote wandeling: door de velden naar Pieterburen. Tammo mag los en vindt het heerlijk, zijn oortjes dansen als hij rent. Zijn drollen dampen in de winterochtend. Hij blijft goed bij ons, een kort ‘nee’ als hij even afdwaalt is voldoende. Ook bij de zwanen met de najaarskuikens.

In de verte stond ooit een Gronings kasteel: het Dijksterhuis. Van grote schoonheid, met een toren waarop een jonkvrouw niet zou hebben misstaan. Afgebroken in 1903. Ooit woonde er adel, was het een centrum van cultuur en informatie. Waren er intriges, is er een moord gepleegd. Een magisch bosje naast een boerenschuur is wat rest.

Lunch in Pieterburen, kroketten op bruinbrood, stevige kost voor terug. Tammo’s brave gedrag slaat om naar rukken en trekken en hangen aan de riem. Het is wat teveel voor hem. Thuis in de bench slaapt hij een paar uur. Sjoerd gaat naar de haven, boten meten. Hij is havenmeester. Ik, op de bank, trek een dekentje over me heen. Droom zo weg.

Reageren is niet mogelijk