naar de kerk

Het gonst in huis. Sjoerd is poortwachter bij het kerstspel in de kerk. Hij maakt zich druk, het moet goed. De helm van Piet en de rok van Janna maken het beeld compleet. Hij gaat alvast. Tammo moet eten, uit en in de bench, dan ga ik ook. Buiten hoor ik de koperblazers in de verte. Dat zachte ontroeren, daar ben ik wel van. Dichterbij herken ik ‘o kom nu naar Bethlehem’. Door het donker ga ik naar het licht, naar Bethlehem. Buiten bij de deur staan de blazers van Orpheus. Ze spelen elk liedje twee keer, heel legato. Gedempt koper in de nacht is op een mooie manier verdrietig.¬†Zegenrijk.

Binnen bij de poort moet je je naam schrijven. Een jongetje en een meisje helpen Sjoerd mee. De kerk loopt snel vol, er kunnen 70 mensen in en die zitten er ook. Het spel wordt gespeeld, de liedjes gezongen, kransjes en chocolademelk. Praatje met de buren, weer naar huis.

Op zoek naar Youtube-liedjes. ‘Mary’s boy child‘ van Harry Belafonte. Vroeger thuis hadden we dat grammofoonplaatje. Zo’n bescheidenheid klinkt er in, verademend! Dan Ramses Shaffy, Liesbeth List en Gerard Alderliefste samen met ‘Vivre/Laat me m’n eigen gang maar gaan’. Herman van Veen, Leonard Cohen en Nina Simone, elk met hun eigen ‘Suzanne’. Ik zing alle teksten uit mijn hoofd mee. Wat zit er toch veel in dit hoofd. Wat is dat leuk!

Wijntje d’r bij, napraten, stukje schrijven. We gaan slapen. Het is een mooie dag geweest.

Reageren is niet mogelijk